30 januari 2008

Schimmels, gisten en het interne milieu





Het wordt steeds duidelijker dat ons westerse gezondheidszorgsysteem steeds grotere problemen oplevert; zowel financieel als voor onze gezondheid. Statistieken in Amerika laten zien dat de oorzaak van overlijden door de conventionele geneeskunde oploopt tot 800.000 personen per jaar in 2001. Ter vergelijking: de doodsoorzaak door hartziekten is in dat jaar 700.000 personen en door kanker 550.000.

Een belangrijk aspect van de hedendaagse conventionele farmaceutische geneeskunde is de ontdekking van L.Pasteur rond 1860. Hij gaf aan dat de bacterie de oorzaak van de infectie of ziekte is. Dit staat ook bekend als de `bacterietheorie van ziekte`. Dit concept van specifieke onveranderde types van microben ('monomorfisme') die de veroorzakers waren van specifieke ziekten, werd het fundament van het farmaceutisch medisch denken in de laat 19e eeuw en daarna. Tegenover het denken van Pasteur stond de mening van zijn tijdgenoot Antoine Béchamp die een geheel andere theorie had: het pleomorfisme (veelvormigheid). Béchamp gaf aan dat de microbe niets voorstelde maar dat het milieu alles was.

Pleomorfisma en microzyma
Tegenover Pasteur met de microben-theorie als oorzaak van specifieke ziektes staat de visie van Antoin Béchamp met zijn pleomorfisme-theorie. Andere belangrijke onderzoekers die in die tijd een afwijkende mening van die van L.Pasteur verkondigde waren: Claude Bernard en later professor Enderlein.

Pleomorfisma (`meervormigheid') verwijst er naar dat microben onder veranderende omstandigheden in het lichaam andere vormen kunnen aannemen. Virussen veranderen in bacteriën en deze veranderen als laatste in schimmels die alles kunnen opeten. Dit proces vindt in het interne milieu van het lichaam plaats wanneer de conditie van het lichaam achter uit gaat; in het bijzonder door verzuring, zuurstof vermindering, opbouw van toxines in en rond de cel, slechte bloedcirculatie, voedingstekorten, stress e.d.

Al 30 jaar voordat het monomorfisme van Pasteur zich ontwikkelde maakte Béchamp, na 10 jaar onderzoek, in 1866 wereldkundig dat hij zeer kleine moleculaire granules had gevonden in lichaamcellen. Ook andere onderzoekers vóór hem hadden deze granules waargenomen. Hij noemde ze 'microzyma´s' hetgeen ´klein ferment` betekent . Later (1921) zou professor Enderlein deze substantie 'protits' noemen.


De essentie van de theorie van microzyma is dat het onafhankelijke organismen zijn die in alle levende materie voorkomen. Het zijn zowel de opbouwers, afbrekers en recyclers van organismen. Microzyma bevinden zich bij mensen in cellen, vloeistoffen tussen cellen, in het bloed en in de lymfe.

Béchamp demonstreerde dat microyma's konden fermenteren, vergelijkbaar met verteringssappen in ons maag-darmkanaal. De microzyma bevindt zich aan het begin en aan het eind van de keten.

Microzyma kunnen zich vermeerderen hetgeen zich kan uiten in zowel gezondheid als ziekte. Als we gezond zijn gedragen microzyma zich hormonieus en vindt de fermentatie op een normale wijze plaats, positief voor het lichaam. Bij ziekte worden microzyma ontregelt en veranderen ze van vorm en functie en worden het microben.

De theorie van Béchamp komt er op neer dat een ziekte zich van binnenuit ontwikkelt, de theorie van Pasteur gaat er van uit dat de ziekte van buiten het lichaam komt.

Schimmels en gisten
Door een ontregeling van het ritmisch hormonale systeem zijn we de laatste 100 jaar steeds meer koolhydraten gaan eten. Naast andere oorzaken als medicijngebruik (antibiotica en de pil) is hierdoor in ons lichaam een toename van schimmels en schimmelinfecties ontstaan.

Gisten en schimmels zijn ééncellige vormen van plantenleven zonder chlorophyl die overal voorkomen (lucht, water, land). Zwammen zijn sterk aan gisten en schimmels gerelateerd; ze vormen het eindstadium van de cyclus van het gist- schimmellichaam.

Er zijn ongeveer 74.000 gisten en schimmels beschreven. Het totaal aantal soorten wordt geschat op 1,5 miljoen. Van de bacteriën zijn er slechts 3000 beschreven op een geschat totaal aantal soorten van 1 miljoen. Gisten en schimmels zijn opportunisten en overlevers. Ze kunnen zeer snel groeien maar ook duizenden jaren sluimeren, zoals gezien is in de levende sporen bij Egyptische tomben. We kunnen ze zien als 'begrafenisondernemers' die de hogere levensvormen terugbrengen naar de basismaterialen; een natuurlijk recycle proces dat nodig is voor het leven op aarde.

Mycotoxinen
Mycotoxinen zijn de uitscheidingsproducten of metabolieten van bepaalde schimmels. Deze schimmelgiften kunnen in het lichaam worden geproduceerd maar kunnen ook via voedsel en milieu (lucht) hun invloed op de mens laten gelden. Ze kunnen voor een groot aantal gezondheidsproblemen zorgen wanneer we er voor langere tijd worden bloot gesteld, zelfs als het gaat om kleine hoeveelheden. Bij grotere hoeveelheid kunnen ze in korte tijd zelfs levensbedreigend zijn. De belangrijkste negatieve effecten van schimmels en hun mycotoxinen zijn: toxische effecten, allergieën, irritaties en infecties.

In 1928 ontdekte Fleming penicilline: een antibioticum dat vanaf 1940, in eerste instantie, vele levens zou redden. Inmiddels weten we dat antibiotica bij misbruik en verkeerd gebruik niet meer automatisch levensreddend werkt. Daarnaast wordt het in deze post-antibiotica periode duidelijk dat ze letterlijk en figuurlijk negatieve sporen achterlaten voor de gezondheid van de westerse mens.

Antibiotica zijn verantwoordelijk voor de toename van pathogene schimmels zoals candida albicans en hun mycotoxines. Penicilline en veel andere antibiotica zijn mycotoxines. In de jaren 1930-40 werd door de farmaceutische industrie, in het verlengde van penicilline, gezocht naar allerlei mycotoxines die dienst zouden kunnen doen als antibiotica. Er werden zo'n 1000 verschillende soorten gevonden. De meeste waren onbruikbaar omdat ze voor hogere levensvormen veel te giftig bleken om bacteriële symptomen te behandelen. Deze onderzoeken lieten de gevaren die mycotoxines voor de mens in zich dragen al zien. Tot de belangrijkste mycotoxines behoren: acetylaldehyde, alcohol, gliotoxine, aflatoxine, patulin, ochratoxine, fumonisine, zearalenone.

Van verschillende pathologische schimmels die in het lichaam gevormd worden is candida albicans de voornaamste. De klachten die samenhangen met candida albicans en andere schimmels worden veroorzaakt door hun uitscheidingsproducten en niet door de schimmel zelf. Deze mycotoxines hebben een dubbele negatieve werking. Ze hebben hun eigen toxische werking maar daarnaast beroven ze het lichaam vaak ook van essentiële nutriënten. Een voorbeeld zijn de gliotoxinen die tot de dood van zenuwcellen kunnen leiden. Deze gliotoxinen worden o.a. gevonden bij vaginale candidiasis en kunnen door verschillende schimmels en gisten worden geproduceerd; o.a. Candida en Aspergillus.

Ook kunnen mycotoxinen een hormoonachtige werking laten zien. Een voorbeeld daarvan is zearalenine, een metaboliet van de schimmels Fusrium graminearum. Deze kunnen worden gevonden in de voeding en in het bijzonder op granen. Zearalenone heeft een oestrogeenachtige werking en kan als zodanig oestrogeenreceptoren in het lichaam bezetten.

Mycotoxinen in de voeding
In 1960 stierven ruim 100.000 kalkoenen aan de geheimzinnige 'kalkoen X ziekte'. De oorzaak werd gevonden in het voer. Daarin bevond zich pindameel dat zwaar besmet was met de schimmel Aspergillus Flavus. Deze schimmel produceert de mycotoxine aflatoxine. Voor het eerst werden wetenschappers zich bewust van het feit dat mycotoxine en in het bijzonder aflatoxine een zeer zwaar gif was dat zich in voeding kon bevinden. De drie voornaamste soorten mycotoxine producerende schimmels zijn Aspergilus, Penicillium en Fusarium. Mycotoxinen komen nog al eens voor op voeding uit ontwikkelingslanden met een tropisch of subtropisch klimaat. Warmte en vocht verhogen de kans op schimmelinfectie. Pinda's, mais, cashewnoten en kokos bevatten makkelijk mycotoxines. Dat geldt ook voor vruchtensappen, gedroogd fruit, melk, granen, vleesproducten en noten. Ook dieren kunnen geïnfecteerd raken met mycotoxinen wanneer ze gevoed worden met door schimmels besmet voedsel.

Belangrijk bij het terugdringen van schimmels en gisten zijn:
Een laag-koolhydraat voedingsadvies zonder suikers, fruit, alcohol en gisten
Het gebruik van caprylzuur en grapefruitzaad extract als natuurlijke doder
Het gebruik van goede probiotica

Lees ev. ook de publicatie: "Candida, schimmel in mond, darmen en vagina.

Voor relevante producten bij deze publicatie, surf naar:
http://www.herbsofcourse.eu